geven en nemen
uitademen en inademen
zo simpel, zo wonderbaarlijk.
Het is toch gek dat Emke de telefoon opneemt (omdat er wordt gebeld) en dat zij een man aan de telefoon krijgt die zegt dat meneer van der Knokke aan een consumentenenquête heeft meegedaan en dat hij hier een paar vraagjes over wil stellen. Vervolgens zegt Emke dat hij waarschijnlijk haar vriend moet spreken, weer op en neer gepraat en zij zegt dat het niet waarschijnlijk is dat hij (ik dus) daaraan heeft meegedaan. Tenslotte (zo lijkt het) wil hij dan toch mij spreken en zegt dat hij een paar vragen wil stellen over een consumentenenquête die ik eerder heb ingevuld en waarop ik heb aangegeven dat ik gekontakt kon/wilde worden. Ik zeg dat ik niets heb ingevuld. "Maar het is al van het tijdje terug". Ik zeg dat dat zeer onwaarschijnlijk is en dit ik ook nu niet verder wil meewerken.
Wij wensten elkander een prettige avond toe.
Nooit iets ingevuld. Gekke man. Ik moet toch denken dat hij niet de waarheid sprak of er volledig naast zat.
Bij Merel schreef ik het volgende commentaar:
"Belangrijk is: om te leren geven en te leren ontvangen. Zoals je (Merel) al schreef was ontvangen niet eenvoudig, pas nadat er een reden was gegeven lukte dat. Ben je het waard om iets te krijgen, gewoon omdat het je geschonken wordt? Durf/kan je ontvangen? Als je kunt geven gewoon om te geven (dus niet om te helpen, want wat is helpen? En wie moet er geholpen worden? En is helpen niet vaak egocentrisch? Of uit arrogantie?) dan is ontvangen ook een stuk eenvoudiger. Eigenlijk is dan geven en ontvangen hetzelfde. Zonder ontvanger geen gever en andersom. Wat kun je geven als je niets kan ontvangen?
Geef!
Ontvang!"
Achter de Boeddha in de kamer heb ik het volgende lijstje staan, dit lijstje heb ik van Kees van de Bunt gekregen:
LEREN GEVEN IN ACHT STAPPEN:
1. Ik geef toe dat ik machteloos ben.
2. Ik ben ervan overtuigd dat het begin van herstel in mijzelf verscholen ligt.
3. Ik geef mij over aan deze verborgen kracht nu ik de werking daarvan duidelijk heb gevoeld.
4. Ik luister naar de woorden van anderen en ook naar de stem van mijn intuïtie.
5. Ik maak in orde wat ik in orde maken kan.
6. Ik laat los wat mijn bemoeienis niet meer nodig heeft.
7. Ik zie wat ik kan geven.
8. Ik geef het.
Rijdend op de fiets naar huis zag ik een portemonnee liggen. Meestal laat ik verloren voorwerpen liggen (dan kan de verliezer ze makkelijker terugvinden). Ik dacht dat ik een portemonnee beter naar het politiebureau kon brengen. Ik draaide om en toen ik afstapte bewoog de portemonnee: gefopt! Ik lachen, en de jongentjes lachen en balen, want het touwtje knapte. Ik was in m'n hum over deze Oudhollandse speelpret. Dat beursjetrek nog bestaat in dit tijdperk van beeldbuizen en monitoren.
Vervolgens zag ik zo'n rubberslangetje over het fietspad liggen en zoals ik vroeger ook deed heb ik de telling gefopt: zoveel fietsen en een éénwieler. Als meer mensen dit doen dan rijden er gewoon minder mensen, als iedereen het doet blijkt straks het fietspad onrendabel. Natuurlijk gebruiken ze wat statistiek, zoveel grappenmakers, zoveel vermijders, zoveel oma's die hun voorwiel niet kunnen optillen. Uit.
"Hé", zei Quan, toen die naar de grond keek, terwijl hij met Emke aan het rennen was, "alles gaat voorbij!".
Vanavond gebeurde het tijdens de 'zen'. Lucia werd VERLICHT!
Ze zag niets meer, omdat ze werd verblind door de zon.

Hierboven een prent uit Pinokkio (Collodi, tekeningen van Jacovitti). Een groot boek vol met dit soort tekeningen, waarin ik vroeger uren kon lezen en in kon kijken, maar ineens niet meer had. Ik heb een 'nieuwe' gevonden in een tweedehands kinderboekenwinkel, terwijl ik op zoek was naar een scheermes afgelopen zaterdag. Ook vond ik daar 'Wipneus, Pim en de wonderauto'. Het scheermes heb ik niet gevonden. Vandaag kocht ik tijdens de lunchpauze, wederom in een tweedehandsboekenzaak van Dostojewski 'De idioot' en van Kahlil Gibran 'Jezus, de zoon des mensen'. Voorlopig ben ik nog in 'De Ontembare Vrouw' aan het lezen (zie een paar postjes terug).
Een paar weken geleden hebben we het aloude gourmetstel van mijn ouders en dat van de broer en vriendin van Emke gebruikt. Niet voor vlees en vette sausen. Maar meer om eigen teppanyaki-kok te spelen, zonder veel getover, met sojasaus en andere Japanse dipsausen, zeebaars, tonijn, zeewolf, zalm, haring, garnalen, inktvis, octopus, champignons, wasabi, sushi vooraf, chinese paddestoelensoep, salade, fruit en rose en weet-ik-niet-meer.
Ik kan me niet registreren voor uw internetkrant. Ik kan wel het vragenformulier invullen, maar dan wilt u ook meer gegevens.
Ik gebruik een Apple met de laatste Safari browser. Ook als ik pop-ups toesta dan blijft het veld zich verversen, waardoor ik het niet kan invullen.
Groet,
Pascal van der Knokke.

Via Xiffy kwam ik de site CMAX:Shoes Designed By You tegen. Ik deed hetzelfde als hij en heb nu bovenstaande schoenen in gekke kleuren binnen gekregen.
Omdat dit niets doen in zazen niet te doen is is het handig om je adem te volgen. Voor de duidelijkheid: dit is ook niet te doen. Telkens als je dan weer afgedwaald bent en je denkt wat je nou ook alweer moet doen dan kan je terugkeren naar je adem. Inademen en uitademen.
Er zijn mensen die denken dat zen zoiets is als een sinaasappel worden, zoals mijn immer spitsvondige oudcollega van de Zwarte Ruiter Paul F. placht te zeggen. De oefening van zen is zazen. Zazen is zitten op een kussentje op de grond, of als het nodig is op een bankje, of op een stoel of op elke andere wijze als de eerste manier niet kan of mogelijk is. Belangrijk hierbij is het aandacht geven aan je houding (hoe die dan ook is). Normaal gesproken is zazen: zitten op een kussentje op de grond, met opgevouwen benen, bekken iets naar voren gekanteld, rechte rug, kin iets ingetrokken, ogen geloken (Nico Tydeman) gericht op een punt op de grond een dikke meter voor je, mond dicht en puntje van je tong tegen het voorste gedeelte van je gehelmte. Ongetwijfeld zijn er veel meer details. En wat doe je dan? In ieder geval niet proberen om een sinaasappel te worden of een andere exotische voorstelling. Eigenlijk doe je dan alleen maar zitten en gewaarworden wat er gebeurt. Gewoon heel erg met beide benen op de grond, billen op een kussentje, niets bijzonders.

De mannen zijn gekomen om het stukje lood van de hoofleiding naar de meter te vervangen. De ene man zei dat hij ongeveer zes gaten per dag groef. Dit gat was nog ondiep, maar anderhalve meter en vaak moest het gat ook nog langer zijn, helemaal naar de weg. Op de vraag of hij geen last had van zijn rug, leek hij verschrikt omhoog te kijken en zei hij dat hij al voor een hernia was geopereerd.
En vervolgens vroeg/zei hij:"Maar ja, wat moet ik anders?".
"Tja ...", zei ik daarop.
Wat moet ik daar nu op antwoorden? Waarom zei hij dat? Was het een automatisme? Een routineverhaal?
Overigens hoor ik hem nu zingend en fluitend zijn werk doen.
"Zo, bedank voor de koffie, je ziet dat we allebei aan de lèn zèn". (Ze lieten het stuk koek liggen.)
[Gekke leestekens, waar zit dat in mijn geheugen?]
Terwijl ik net naar huis toe liep (ik was op de Grote Markt geweest onder andere bij de Zwarte Ruiter, ronddolend in herinneringen. Gegeten met B., die ik tegenkwam) moest ik denken aan de sfeervolle fietstochten van Merel Roze. Zelf vind ik het leuker om te lopen omdat ik dan meer van de omgeving proef. Misschien komt dat omdat ik snel fiets, terwijl ik me bij haar een soort slingerend weggedrag voorstel. Ik weet trouwens helemaal niet of ze het leuker vindt om te lopen of te fietsen. Maar ik vind het nu leuk om te denken dat zij dagen ronddwaalt op haar fiets. Lopend kunnen mensen je wat vragen ("ik ben sinds een week dakloos geworden, heeft u..."), kan ik een winkel ingaan, iets vragen, iets kopen. Lekker bagageloos, alleen mezelf.
Toen ik thuis kwam kwam ik erachter dat ik op de fiets was.
Als je met je kind op het havenhoofd loopt, kan
een moment van onoplettendheid dodelijk zijn.